Cementdekvloer CT-C25-F5
Minimumafname: 4 zakken
Afhankelijk van het leveringsgebied en de beschikbaarheid kunnen ook zakken van 40 kg worden geleverd.
maxit plan 425 is een in de fabriek gemengde, in het laboratorium gecontroleerde dekvloermortel van kwaliteitsklasse CT-C25-F5 volgens EN 11813, korrelgrootte 0 tot 5 mm in zakgoed.
Toepassing
In woning- en utiliteitsbouw. Als gelijmde dekvloer, op een scheidingslaag en op een isolatielaag. Ook voor vloerverwarming.
Gevaar
H315 Veroorzaakt huidirritatie.
H318 Veroorzaakt ernstig oogletsel.
Eigenschappen
Ondergronds
Het product kan worden gebruikt in hechting, op een scheidingslaag en op een isolatielaag. De dragende ondergrond moet voldoen aan alle eisen van DIN 18560 en DIN 18202.
Voorbehandeling:
De ondergrond moet stevig, draagkrachtig, schoon, vorstvrij, absorberend en vrij van stof en onzuiverheden zijn (stof en andere resten kunnen bijvoorbeeld met een stofzuiger worden verwijderd).
Verlijmde dekvloer: Voor verlijmde oplossingen moet de ondergrond worden voorbereid met een geschikt proces, bv. slijpen of stralen. Mortelresten en los beton moeten worden verwijderd. De oppervlaktetreksterkte moet > 1,5 N/mm² zijn voor commercieel gebruik en > 1,0 N/mm² voor residentieel gebruik om een duurzame hechting te garanderen. Het betonoppervlak moet vervolgens intensief worden voorbevochtigd, waarbij plasvorming moet worden vermeden. maxit plan 425 wordt vers in vers gelegd met maxit ZH cementhechtbrug.
Verwerking
Breng de gemengde dekvloermortel aan op de ondergrond, verdeel hem, druk hem goed en gelijkmatig aan en stel hem waterpas met een zo lang mogelijke waterpas. Zodra het oppervlak mat en vochtig is geworden, kan worden begonnen met egaliseren of afschuren. Breng als dekvloermortel min. 30 mm, max. 80 mm in één laag aan. Poederen, bevochtigen of aanbrengen van fijne mortel op de verse dekvloer is niet toegestaan.
Nazorg:
De verse chape moet minstens 7 dagen vochtig blijven en beschermd worden tegen vorst. Tocht moet vermeden worden. Bewegingsvoegen van de ondergrond moeten overgebracht worden op het dekvloeroppervlak. Voor de verdere voegvorming moeten de voorschriften van DIN 18560 in acht worden genomen.
Opmerkingen
Bij opstijgend vocht vanuit de ondergrond moet de ontwerper een dampscherm onder de dekvloer voorzien.
De dekvloeren of de gelegde oppervlakken mogen niet worden betreden voordat er 3 dagen zijn verstreken en mogen niet hoger worden belast voordat er 7 dagen zijn verstreken.
Verbruik
Minimumafname: 4 zakken