Capillair-actieve klimaatpleister
Toepassingsgebied
-
Reparatie, renovatie en herstel van vocht- en schimmelgevoelige binnenmuuroppervlakken in oude en nieuwe gebouwen om condensatieprocessen te voorkomen.
-
Energetische verbetering van buitenmuren
Eigenschappen
Remmers Schimmel Sanering Render versnelt het drogen van vochtige oppervlakken door zijn hoge capillaire geleidbaarheid. Met zijn lage thermische geleidbaarheid heeft het lichtgewicht pleisterwerk warmte-isolerende eigenschappen. De temperatuurstijging van de binnenmuuroppervlakken resulteert in een verlaging van de relatieve vochtigheid in de luchtlagen nabij het oppervlak en voorkomt zo de vorming van sporen in vochtige ruimtes boven het dauwpunt. De waterdampdoorlatende en waterbestendige mortel heeft een hoge wateropslagcapaciteit. De bovengenoemde eigenschappen voorkomen dus hernieuwde schimmelgroei op lange termijn.
-
Capillair actief en open voor diffusie
-
Voorkomt ontkieming van sporen
-
Warmte-isolerend
-
Hoge sulfaatbestendigheid
-
Voor toepassingsdiktes van 20-30 mm
-
Korrel ≤ 2,0 mm
-
Druksterkte: CS I
-
Brandgedrag: Klasse A1
Gevaar
H315 Veroorzaakt huidirritatie.
H318 Veroorzaakt ernstig oogletsel.
Ondergronds
De ondergrond moet draagkrachtig zijn en vrij van stoffen die de hechting verminderen. De ondergrond moet droog tot matvochtig zijn (max. 6 gew.%) en mag geen optrekkend vocht vertonen. Optrekkend vocht moet in het Kiesol systeem worden behandeld. Oude en beschadigde pleisters, verven en coatings moeten zorgvuldig worden verwijderd. Een eventuele voorbehandeling van de ondergronden, bijv. met Remmers zoutbarrière (Art. 0674) hangt af van het type en de hoeveelheid schadelijke zouten (analyse door ons fabriekslaboratorium). In elk geval moet het oude pleisterwerk minstens 80 cm boven de beschadigde zone worden verwijderd en moeten de morbide voegen 2 cm diep worden uitgeschraapt.
Voorbevochtiging en spuitapplicatie:
Absorberende ondergronden voorbevochtigen tot een mat vochtig (niet nat) oppervlak is verkregen.
Op de voorbereide ondergrond Remmers Voorgespoten Mortel (Art. 0400) of Snel mortel voormengen (Art. 0406) als hechtbrug in een netvorm (dekkend oppervlak 50 - 70%) met een maximale laagdikte van 5 mm. Op absorberend metselwerk met lage sterkte kan Schimmel Sanering Render gebruikt worden als hechtbrug, het pleisterwerk wordt dan "vers in vers" aangebracht.
Bij gebruik van minerale waterafstotende slurries wordt Remmers Voorstrijkmortel in de laatste nog verse laag slurry gegooid, zodat het hele oppervlak bedekt is.
De hechting op gladde en dichte oppervlakken wordt verbeterd door tempereren met Remmers Hechting Bestendig (Art. 0220).
Alvorens volgende pleisters aan te brengen, moet de voorstrijkmortel minstens 24 - 48 uur uitharden.
Verwerking
Giet ca. 6,5 - 6,8 l water in een schone bak (mortelemmer) en voeg 20 kg Schimmel-Sanierputz toe. Meng gedurende ca. 3 minuten intensief en homogeen met behulp van een mengapparaat/roerder (bijv. BEBA dubbelassige mixer) totdat een consistentie is bereikt die geschikt is voor verwerking. Na een rijpingstijd van 8-10 minuten de mortel nogmaals kort mengen.
De mortel wordt aangebracht in één laag tot 20 mm en in twee lagen (vers in vers) tot 30 mm dikte. Bij laagdiktes van meer dan 30 mm wordt de eerste laag ruw verwijderd en het oppervlak opgeruwd met een pleisterkam voor een betere hechting van de tweede laag.
De tweede laag wordt aangebracht na voldoende uitharding van de eerste laag, ten vroegste de volgende dag.
Bij oneffen en gescheurde pleisterondergronden wordt een egalisatielaag Schimmel-Sanierputz aangebracht om spanningen te voorkomen. De volgende pleisterlaag mag pas worden aangebracht nadat de egalisatievuller voldoende is uitgehard en gedroogd (op zijn vroegst na 7 dagen).
De vers aangebrachte Schimmel-Sanierputz wordt onmiddellijk aangetrokken met een bevochtigde tandkrabber en ruw afgeschraapt met de lat.
Na voldoende opstijven het oppervlak opruwen met een rasterrabot. Aanbrengen vanaf Schimmel Sanering Vulmiddel na 3 dagen.
Opmerkingen
Gezette mortel mag niet opnieuw verwerkbaar worden gemaakt met water of verse mortel. Niet gebruiken bij lucht-, ondergrond- of bouwmateriaaltemperaturen onder 5 °C en boven 30 °C.
De vermelde producteigenschappen zijn bepaald bij 20 °C en 65 % relatieve luchtvochtigheid. Lage temperaturen verlengen, hoge temperaturen verkorten de verwerkings- en uithardingstijden.
Kan sporen van pyriet of ijzersulfide bevatten.
Beschermen tegen snelle uitdroging, bijv. door tocht of thermische stress. Indien nodig achteraf natmaken/besproeien met water. Na voldoende uitharding van het pleisterwerk (echter op zijn vroegst na 2 dagen) moeten geschikte droogomstandigheden worden gecreëerd voor een korte periode, bijv. door het opzetten van ruimtedrogers, als de luchtvochtigheid hoog blijft.
Het pleisteroppervlak moet vrij zijn van scheuren. Haarscheurtjes/krimpscheurtjes zijn ongevaarlijk en niet te bekritiseren, omdat ze de producteigenschappen van de pleister niet aantasten. Niet gebruiken op pleisterondergronden.
Verbruik droge mortel
-
Pleistermachine ca. 6,8 kg/m² per cm laagdikte
-
BEBA menger ca. 5,8 kg/m² per cm laagdikte